Caresheet Python Regius

Introductie

De wetenschappelijke naam van deze slang is python regius. Deze wordt hier koningspython genoemd. Wereldwijd wordt deze voornamelijk ball python en Royal python genoemd. De naam bal python past goed bij het gedrag wat het dier doet als het zich verdedigd. Ze rollen zichzelf op tot een bal met hun kop goed verstopt tussen het lichaam. De koningspython kan in het wild worden gevonden in Afrika. Voornamelijk rondom de evenaar met een cyclus van 12 uur dag en 12 uur nacht.

De koningspython is één van de populairste slangen om te houden als huisdieren. Hij heeft een rustig karakter en wordt nooit veel groter dan 1.70 meter. Mannen blijven vaak rond de 1.00 meter hangen, waar de vrouwen iets groter worden.

Voordat de koningspython aanschaft wordt, dient alles al klaar te staan. Dit kan een terrarium zijn of een curver bak (voornamelijk gebruikt in een rack systeem door kwekers). Houd ook goed in gedachte dat een koningspython gemakkelijk tussen de 25 en 30 jaar kan worden. Er zijn zelfs gevallen bekend die rond de 40 zijn geworden.

Huisvesting

Een koningspython kan het beste alleen worden gehuisvest. Dit voorkomt stress en het is makkelijker met voeren.

Als de koningspython in een terrarium wordt gehouden is een terrarium van 100 x 40 x 50 cm ( l x b x h ) een perfecte grootte voor een volwassen slang. Zorg wel dat de zijkanten en achterkant dicht of afgeplakt zijn (niet transparant). In een grotere ruimte geeft veel zicht vaak stress, waardoor ze niet of slecht gaan eten en de vervelling niet goed door zullen komen. Zorg altijd voor genoeg schuilplekken! Een koningspython houdt er van om zich op te rollen in krappe donkere plekken. Ze zijn dan misschien wat minder te zien, maar hier wordt een koningspython erg gelukkig van. Voor curvers worden vaak net wat kleinere maten gebruikt (volwassen: 80 x 45 x 20 cm) en veel kwekers gebruiken hierbij geen schuilplek. De koningspython voelt zich hierin vaak al veilig genoeg, maar er zijn natuurlijk uitzonderingen. Uit voorzorg zetten wij bij elke slang een schuilplek. Dit kan al een plantenpot zijn met een opening aan de zijkant.

De bodembedekking is net wat bij iemand past. Dit kan zijn van bark tot kranten. Kijk met houtsnippers wel uit met het voeren van de slang, aangezien zij eventueel de bodembedekking binnen kunnen krijgen bij het eten van de prooi.

Bij koningspythons zijn de temperaturen erg belangrijk. De gewenste temperatuur kan op verschillende manieren bereikt worden. De meest gebruikte warmtebronnen zijn warmte lampen en warmte matten. Zorg bij een warmte mat dat deze altijd buiten de bak is waar de slang in gehouden wordt. De slang mag nooit in direct contact komen met de warmte mat. Wordt er een warmte mat gebruikt bij een glazen terrarium, zet het terrarium dan op pootjes of doppen zodat de warmtemat niet in direct contact staat met het glas. Zo worden scheuren voorkomen in het glas doordat de warmte weg kan. Slangen mogen ook nooit in direct contact kunnen komen met een warmte lamp. Deze kunnen in het terrarium worden gehangen, maar altijd met een goede beschermkap eromheen. Het is geen fijn gezicht om een slang vastgeplakt terug te vinden aan een warmte lamp.

Een koningspython heeft de keuze nodig om aan een warme of koude kant te liggen. Zorg dat de warme kant op zo'n 32 – 35 graden zit en 's nachts rond de 30 graden. De koude kant moet zo'n 22 – 25 graden zijn, ook 's nachts. Zorg ervoor dat ze nooit kouder zitten dan 20 graden, zo wordt een verkoudheid en/of longontsteking voorkomen. De luchtvochtigheid moet zitten tussen de 50 – 70%. Zakt de luchtvochtigheid in de bak, dan is sproeien met een plantenspuit een optie.

Net als elk dier heeft een koningspython schoon water nodig. Zet een waterbak bij de koningspython waar de slang zelf in kan baden. Zorg dat er altijd schoon water in de bak staat.

Zo, de bak staat en als alles goed werkt kan de koningspython zijn intrede maken. Het uitzoeken van een koningspython is natuurlijk het leukste gedeelte, maar welke slang is nu geschikt. Er zijn momenteel enorm veel kleurslagen bij de koningspythons. Koningspython zijn te koop op reptielenbeurzen, bij bepaalde dierenwinkels, kleine hobby kwekers en de professionele kwekers. Zorg altijd dat er een overdrachtverklaring bij de slang zit. Hierop staat informatie over de slang die is gekocht en het bewijst dat het geen in het wild gevangen slang betreft. Omdat koningspythons relatief populaire huisdieren zijn, zijn er individuen die ze in het wild vangen om te verkopen. Deze dieren overleven het vaak niet.

De koningspython is gekozen en gekocht. Laat het dier rustig aan zijn nieuwe huis wennen en laat het echt een paar dagen met rust. Ze kunnen nogal gestrest zijn doordat ze een lange rit achter de rug hebben en in een totaal vreemde omgeving terecht komen. Geef het dier daarom ook niet direct eten. Wacht rustig een paar dagen af.

Voeding

Een jong dier kan elke week gevoerd worden, voor volwassen dieren is 1x per 2 weken prima. Zijn er kweekplannen, dan is het prima om de volwassen vrouw elke week te voeren. Een koningspython heeft een vrij kleine kop in verhouding met de rest van zijn lichaam. Voer daarom nooit een grotere prooi dan het grootste deel van zijn lichaam. Koningspythons kunnen erg lastige eters zijn. Het komt vaak voor dat ze een prooi weigeren. Er is dan geen directe reden voor paniek. Koningspythons kunnen meerdere maanden zonder eten. Vermagerd het dier, dan is er wel reden om eventueel naar een reptielenarts te gaan. Koningspythons eten vooral muizen en ratten. Deze kunnen zowel levend als dood gegeven worden, maar let op, het blijven soms lastige eters met grote voorkeuren. De ene koningspython is de andere niet en sommige pakken hierdoor alleen levend, waarbij andere weer de voorkeur aan dood of pre kill geven. Eet de koningspython al een tijdje niet, dan kan er een veeltepelmuis of een gerbil aangeboden worden. Vaak beginnen lastige eters dan weer te eten.

Vervelling

Eén keer in de zoveel tijd zal de koningspython gaan vervellen. Bij jonge dieren gebeurd dit vaker dan bij oudere dieren. De slang wordt wat doffer van kleur en krijgt een blauwe waas over de ogen. Dit trekt na 1 a 2 dagen weer weg. Het duurt nu nog ongeveer een week voordat de slang zich zal gaan vervellen. Dit neemt niet meer dan een paar uur in beslag. Een gezonde slang in een goede omgeving zal in één stuk vervellen. Is dit niet het geval, dan moet er naar de luchtvochtigheid gekeken worden. Ook stress kan een oorzaak zijn van het niet goed door de vervelling heen komen. Trek nooit het vel van de koningspython af, de slang moet dit zelf doen. Aan te raden is om de slang in een lauw warm badje te doen, zodat het vel wat kan losweken. Laat het dier door een vochtige handdoek kruipen, zodat de slang zelf de restante vel zal afschuren. Controleer altijd of de oogkappen goed zijn meegekomen en ook of het puntje van de staart goed is vervelt.

Geslachtsbepaling

Het geslacht is bij de koningspython niet gemakkelijk te zien. Er is eigenlijk totaal geen verschil bij de mannen als bij de vrouwen. Het enige is dat de man een stukje kleiner blijft dan een vrouw, maar uiteraard zijn hier uitzonderingen. Zo hebben wij zelf een uit de kluiten gewassen man hier liggen, die door menig aangezien wordt voor een vrouw. Om het geslacht te weten te komen kan er worden gesondeerd of gepopt. Laat dit altijd door iemand doen die ervaring heeft!!! Bij verkeerd sonderen kan behoorlijk wat schade aan het weefsel toegebracht worden en bij verkeerd poppen kan de rug worden gebroken.

Sonderen
Bij sonderen wordt er een stompe naald in de cloaca gestoken om te kijken hoe ver deze gaat. Gaat deze tot 3 schubben, dan is het een vrouw. Kan deze verder worden gestoken, zo rond de 8-9 schubben, dan is het een man.

Poppen
Bij poppen wordt de hemipenis naar buiten gedrukt door middel van 2 vingers bij de cloaca. Bij een man zijn 2 rode penissen aan elke kan te zien. Bij een vrouw zijn 2 kleine witte puntjes die wat verder naar de buitenkant steken te zien.

Voortplanting

Bij de voorplanting is natuurlijk een man en een vrouw nodig. Beide slangen moeten op goed gewicht zitten. Wij houden 1500 gram aan voor vrouwen om zo legnood te voorkomen. De mannen moeten boven de 400 gram zijn om te mogen paren. Zorg ook dat de man groot genoeg is om bij een grote vrouw te zetten, zodat hij niet geplet kan worden.

Het introduceren van de man bij de vrouw begint meestal ergens in november. De lichturen worden samen met de temperatuur iets terug gebracht. In plaats van 12 – 12 lichturen maken wij er 10 – 14 van. De mannen zullen de vrouwen het hof proberen te maken en als de vrouw ook wilt zal er een lock worden waargenomen. De 2 staarten zitten dan rondom elkaar verweven. Dit kan een aantal uur duren, maar ook een aantal dagen. De vrouwen houden het sperma vast totdat zij gaat ovuleren. De ovulatie is het punt waar de folieken volgroeid zijn en klaar zijn om in de eierstokken te dalen waar ze bevrucht kunnen worden. Wanneer een vrouw aan het ovuleren is, kan dit waargenomen worden doordat er een grote bult is te zien. Het lijkt net of zij een grote rat heeft gegeten. De ovulatie duurt niet langer dan 2 dagen.

Zodra de vrouw geovuleerd heeft is het niet meer nodig om de man erbij te zetten. De vrouw heeft nu haar rust hard nodig. Biedt vanaf nu ook geen prooi meer aan haar aan totdat ze haar eieren heeft gelegd. Binnen ongeveer 2 weken na de ovulatie zal de vrouw gaan vervellen, ook wel de pre-shed genoemd. Als ze helemaal is verveld zal het ongeveer 30 dagen duren voordat zij haar eieren gaat leggen. Noteer wanneer ze is verveld, zodat het duidelijk wordt als er eventueel een legnood optreed. Zodra de eieren zijn gelegd zal de vrouw zich rondom haar eieren opkrullen. Een koningspython kan haar eigen eieren uitbroeden, maar de meeste kwekers halen deze weg om ze in een broedstoof te doen. De kans van uitkomen is dan een stuk groter en de vrouw kan weer worden gevoerd om haar op gewicht te krijgen. Bij het weghalen van de eieren kan de vrouw haar eieren willen beschermen. Haalt ze uit, dan kan er een doek over haar hoofd gelegd worden. Raak eerst de vrouw rustig aan zodat zij weet dat je er bent en rol dan heel voorzichtig vanaf de staart de vrouw weg van de eieren. De eieren mogen niet omrollen, hierdoor kan de vrucht afsterven. Probeer de eieren altijd zo te houden zoals ze gelegd zijn. Eieren die kleiner en gelig van kleur zijn, zijn vaak onbevrucht, en worden dan ook wel 'slugs' genoemd.

Zodra de eieren weg zijn bij de vrouw kunnen ze in de broedstoof. Doe de eieren in een curver bakje met een mix van vermiculite en perlite. 3 kopjes vermiculite en 1 kopje permilte is een goede verhouding. Om de luchtvochtigheid omhoog te houden wordt er water toegevoegd. Als het mengsel in de hand wordt opgepakt moet het vochtig aanvoelen, maar geen water meer uitdruipen. Zorg dat de eieren geen zijkanten of bovenkant van de curver aanraken. Doe de deksel op de curver, eventueel met wat kleine luchtgaatjes. De temperatuur om eieren uit te broeden is 30 – 31 graden. Een hogere temperatuur zal de eieren uitdrogen en de vrucht doden. De luchtvochtigheid moet worden behouden op 90%. Met de juiste bodembedekking zal dit geen probleem zijn. De eieren zullen ongeveer met 60 dagen uitkomen.

Voordat de eieren in de broedstoof gaan, kunnen deze eventueel worden 'gecandled'. Hierbij wordt een klein zaklampje tegen het ei gehouden. Zo kan er worden waargenomen of het ei bloedvaten aan het ontwikkelen is. Is het ei wat geel en zijn er geen bloedvaten te zien, dan is deze waarschijnlijk onbevrucht. Bij twijfel het ei gewoon in de broedstoof leggen. Er kan later altijd nog een keer gekeken worden of het ei bloedvaten heeft ontwikkeld. Zou dit niet zo zijn, dan kan het ei worden weggehaald, anders gaat het rotten.


Deze caresheet is te gebruiken voor informatie. Informatie kan fouten bevatten. Coffin Snakes is niet verantwoordelijk voor de gevolgen.
Indien deze caresheet voor commerciele doeleinde wordt gebruikt door derden verzoeken wij onze naam te vermelden.